• nl
  • en

De overige opleidingen binnen Martinair Flight Academy

Private Pilot Licence

Het PPL (Private Pilot Licence) is een Europese brevet, waarmee nagenoeg  alle eenmotorige vliegtuigen mogen worden bestuurd zonder de beperking van Europese landsgrenzen. Het PPL brevet kan worden uitgebreid met een aantal kwalificaties. Bijvoorbeeld met een blindvliegbevoegdheid (Instrument Rating), deze bevoegdheid is nodig om door wolken of in het donker te mogen vliegen. Het brevet kan ook worden uitgebreid met een Multi Engine Rating (meermotorig).

In het eerste deel van de opleiding leert u het vliegtuig te besturen en geleidelijk de mogelijkheden van het vliegtuig te verkennen. Alle basis vliegtechnieken worden behandeld. Daarbij gaat het om het starten, landen, stijgen, op hoogte blijven, bochten, overtrekken, dalen, circuit vliegen, landen, noodprocedures etc.

Er wordt toegewerkt naar de eerste solovlucht (alleen vliegen zonder instructeur). Vervolgens leert u navigeren met behulp van o.a. kaart, kompas, radiobakens, etc. U gaat daarbij, eerst met instructeur en later alleen, naar andere vliegvelden.

Naast het opbouwen van ervaring worden vervolgens de navigatorische  vaardigheden verfijnd, o.a. wordt er aandacht besteed aan het uitwijken naar een andere bestemming dan de geplande als de omstandigheden daartoe noodzaken. Ook worden de basis blindvlieg aspecten belicht.

Voor het behalen van het brevet heeft een kandidaat tenminste 45 vlieguren nodig (waarvan minimaal 25 met instructeur en minimaal 10 uur solo). Maximaal 5 van die uren mogen op de vluchtsimulator worden gevlogen. Bij ongeveer 1 les per week kan de opleiding in 1 jaar worden afgerond.

We hebben voor 2014 een speciale aanbieding van € 13.500,-. Dit is een vast tarief voor 45 vlieguren en 2 uur examen.

Voor het behalen van het brevet moeten ook theorie examens worden afgelegd. Deze examens worden afgelegd bij het CBR.

Commercial Pilot Licence

De modulaire opleiding tot beroepsvlieger levert het Commercial Pilot Licence. Als houder van dit brevet mag u actief zijn in de commerciële kleine luchtvaart en mag u deelnemen aan een instructeursopleiding.

Het verschil tussen ATPL en CPL in het kort:

CPL – Captain in de kleine luchtvaart (=General Aviation)

CPL – First-officer (co-pilot) in grote luchtvaart.

ATPL – First-officer (co-pilot) in grote luchtvaart + 500 uur ervaring – captain.

De modulaire opleidingen geven de mogelijkheid brevetten en aantekeningen (ratings) in delen te halen. Alleen de theorie wordt klassikaal gegeven maar tegenwoordig behoort distant learning via internet ook tot de mogelijkheden. De opleiding is onderverdeeld in modules die in samenspraak tussen kandidaat en school worden ingedeeld. Een dergelijke opleiding kan daardoor worden gecombineerd met nevenactiviteiten van een kandidaat.

De inhoud van de modules ligt vast, maar de duur van de opleiding is afhankelijk van de frequentie van de vlieglessen. U heeft vrijheid bij het doorlopen van de modules, maar u moet wel rekening houden met de beperkte geldigheidsduur van behaalde tussentijdse examens die benodigd zijn voor het brevet.

Specificaties:

  • Om te kunnen deelnemen aan de CPL opleiding moet u in het bezit zijn van een PPL en 150 uur vliegervaring hebben.
  • De opleiding zelf bevat 200 uur theorie (deze theorie is hetzelfde als voor de ATPL en kan natuurlijk worden gevolgd op Schiphol-Oost bij Skyjob Opleidingen, een 100% dochteronderneming van Martinair Holland NV). Het praktisch deel bestaat uit 25 vlieguren DBO (Dubbel Besturings Onderricht). Als u reeds in het bezit bent van een PPL met IR kan worden volstaan met 15 vlieguren DBO.
  • Voor afgifte van het brevet geldt als ervaringseis 200 vlieguren waarvan tenminste 100 uur als PIC (Pilot In Command = 1e bestuurder). Een CPL kan worden uitgebreid met diverse kwalificaties (ratings). Ook een MCC curcus kan aan het CPL worden toegevoegd.

Instrument Rating

Deze zogenaamde ‘blindvlieg’-kwalificatie bevoegdheid is nodig om vliegtuigen te mogen besturen zonder goed zicht buiten de cockpit, bijvoorbeeld in wolken of ‘s-nachts. Daarbij wordt gebruik gemaakt van instrumenten in het vliegtuig en van de verkeersleiding. Een noodzaak voor verkeersvliegers/beroepsvliegers en een erg nuttige uitbreiding voor sportvliegers (alleen PPL).

Er kan pas worden gestart met het behalen van de Instrument Rating als u in het bezit bent van een PPL. De kandidaat leert het vliegtuig besturen met behulp van de instrumenten. Het aanleren van deze vaardigheid vergt veel training en begeleiding, zowel fysiek als mentaal maar ook om te leren werken met meestal geavanceerde systemen, zoals navigatiecomputers en auto pilot.

Het begin van de training voor dit onderdeel wordt uitgevoerd op een simulator, omdat daarmee erg effectief de basisvaardigheid kan worden aangeleerd van het ‘blindvliegen’. In die simulatorsessies wordt dan gaandeweg de werkdruk opgevoerd met navigatietaken, de bediening van de systemen van het vliegtuig en ook de communicatie met de verkeersleiding.

Uiteindelijk moet de piloot in staat zijn om tijdens de al aanzienlijke werkdruk van een ‘Instrument-vlucht’, ook nog noodsituaties (emergencies) te kunnen herkennen en oplossen. Zodra alle onderdelen zijn getraind en in de simulator op niveau zijn, wordt gestart met de ‘Instrument training’ in een vliegtuig . Deze vluchten worden in slecht weer maar ook ’s nachts uitgevoerd.

Voor de ATPL opleiding is de Instrument Rating een verplicht onderdeel. Voor vliegers met een PPL of CPL brevet is de Instrument Rating een optie die de mogelijkheid biedt om een vlucht , in uiteenlopende weersituaties te kunnen uitvoeren.

Specificaties:

  • Om te kunnen deelnemen aan IR opleiding moet  men tenminste 50 uur PIC overland hebben gelogd.
  • Het PPL moet voorzien zijn van een nachtkwalificatie. Als aan deze eis niet wordt voldaan wordt het behalen van die kwalificatie toegevoegd als onderdeel van de IR opleiding. Dit betekend dat er 5 uur extra wordt gevlogen.
  • Voor het behalen van de IR voor een éénmotorig vliegtuig zijn 15 vlieguren (DBO) vereist en 35 uur op een FNPT2 vluchtsimulator, voor een meer motorig vliegtuig 5 uur extra FNPT2.

Multi Engine

Om op vliegtuigen te mogen vliegen met twee of meer motoren, is de Multi Engine rating noodzakelijk. Dit onderdeel bestaat voor een deel  uit theorie en daarna veel praktijk met betrekking tot de eigenschappen van het vliegen met meerdere motoren. Een noodzaak voor verkeersvliegers en een interessante uitbreiding voor beroeps- en sportvliegers met meer ambitie.
Er kan pas worden gestart met het onderdeel Multi Engine als u een brevet heeft voor het vliegen op een éénmotorig toestel (Single Engine Piston) en in het bezit bent van een PPL of CPL.
 
Het vliegen op toestellen met meer dan één motor bestaat voor een deel uit meer complexiteit in de bediening en bewaking van de motoren. De training is er vooral op gericht vertrouwd te raken met veilig kunnen vliegen met een toestel waarvan 1 of meer motoren een storing heeft. Zo’n motorstoring heeft namelijk grote effecten op de vliegeigenschappen van een toestel. Door goede training kan de piloot leren om in iedere fase van een vlucht voorbereid te zijn op alle mogelijke problemen en in dat geval zo te handelen dat de vlucht veilig wordt beëindigd. Uiteindelijk moet de piloot in staat zijn om op ieder moment van de vlucht adequaat te kunnen reageren op een motorstoring of uitvallen van systemen of apparaten.
Voor de ATPL opleiding is de Multi Engine Rating een verplicht onderdeel.

Specificaties:
  • Om te kunnen deelnemen aan de ME opleiding zijn 70 vlieguren PIC (Pilot In Command) nodig.
  • De opleiding zelf bestaat uit 7 uur grondschool theorie en minimaal 6 uur DBO (Dubbel Besturings Ondericht).

FI en IRI (kwalificaties)

De opleiding tot vlieginstructeur (Flight Instructor = FI) evenals de opleiding tot instrument vlieginstructeur (Instrument Rating Instructor = IRI en Multi Engine Instructor = MEI) zijn specialistisch. Hierbij worden kandidaten geleerd hun vlieg(technische) kennis over te dragen op leerlingen.

FI – Flight Instructor
De opleiding tot vlieginstructeur (basis opleiding) wordt al jaren door de Martinair Vliegschool verzorgd. De instromingeisen: een geldig CPL met de classrating SEP (Single Engine Piston). Voorafgaand aan de opleiding wordt er verplicht een geschiktheidtest afgenomen.

Bij het theoriegedeelte van de opleiding ligt de nadruk vooral op het overdragen van de kennis over aërodynamica en voorschriften en het aanleren van instructietechnieken om klassikale lessen te verzorgen.

Het praktijkdeel omvat het leren besturen van het vliegtuig vanaf de rechter stoel en er wordt onderricht gegeven in het coachen van leerlingen.

Na het behalen van de aantekening FI moeten de eerste honderd lesuren worden gegeven onder supervisie van een ervaren instructeur. Pas daarna mag zelfstandig worden opgeleid voor het PPL brevet en na tweehonderd uren ervaring als vlieginstructeur, mag worden opgeleid voor het CPL brevet.

Deze FI opleiding wordt een paar keer per jaar verzorgd. Naast individuele deelnemers volgen regelmatig vliegers van de Koninklijke Marine de opleiding.

IRI – Instrument Rating Instructor
Het opleiden van een FI tot instrument vlieginstructeur IRI is een bevoegdheid waarvoor de Martinair Vliegschool recent als eerste in Nederland de autorisatie van de overheid (Inspectie Verkeer & Waterstaat, Dienst Luchtvaart) heeft ontvangen.
De FI kwalificatie kan worden uitgebreid met de kwalificatie IRI (Instrument Rating Instructor). Voor deze uitbreiding moet een deelnemer ten minste 200 uren instrumentvliegen (blindvliegen) hebben gelogd. De nadruk bij deze cursus, die lijkt op de FI cursus, ligt nu op het geven van onderricht in het instrumentvliegen.
De IRI cursus mag ook worden gevolgd zonder FI bevoegdheid, maar dan geld als toelatingseis dat u 800 uren instrumentvliegen moet hebben geregistreerd (i.p.v. 200).
Met deze bevoegdheid mag alleen les worden gegeven voor de bevoegdheid IR (maar niet voor de basis opleiding, bijvoorbeeld PPL).

Ook deze opleiding wordt een paar keer per jaar verzorgd. Gezien het zeer specialistische karakter wordt de planning in overleg met de kandidaat opgezet.

Multi Crew Co-operation

De Multi Crew Co-operation cursus heeft tot doel vliegers vertrouwd te maken met het opereren van meermotorige vliegtuigen waarvoor een meervoudige cockpitcrew is vereist. De MCC is een vast onderdeel van de geïntegreerde opleiding tot verkeersvlieger (ATPL), maar is ook separaat, modulair te volgen.

De MCC course heeft de volgende doelstelling:

  • het optimaliseren van het besluitvormingsproces,
  • de onderlinge communicatie en taakverdeling,
  • het gebruik van checklists,
  • het uitvoeren van supervisie,
  • het werken in teamverband,
  • het leveren van ondersteuning gedurende alle fases van de vluchtuitvoering, onder normale maar vooral onder abnormale omstandigheden (noodsituaties),
    zodanig dat tenminste altijd een vlieger met de besturing van het vliegtuig bezig is.

Teamwork. Bij deze training ligt de nadruk op het ontwikkelen van de niet-technische vaardigheden die nodig zijn bij het werken met een meervoudige cockpitcrew (captain – copilot). Het gaat er hierbij om van een aantal technisch goedgeschoolde individuen een team te vormen dat als efficiënte bemanning kan functioneren in een meermotorig vliegtuig waarvoor een meervoudige cockpitbemanning is vereist.

Leiderschap. Tijdens de cursus wordt er ook aandacht besteed aan het ontwikkelen van effectief leiderschap, maar ook het effectief meedoen als teamplayer. Dat komt o.a. tot uiting in de oefeningen waarvan een deel moet worden uitgevoerd als Pilot Flying (PF) en een ander deel als Pilot Not Flying (PNF).

Toelatingseisen.
Deelnemers aan de cursus moeten in het bezit zijn van een geldig brevet (CPL), een Multi Engine Rating, een Instrument Rating en een Radio Telephony Rating en een theoretische ATPL.

Instructeurs.
Voor deze specifieke cursus heeft de Martinair Vliegschool een aantal zeer goed gekwalificeerde vliegers geselecteerd, die hun sporen zowel in de luchtvaart als de instructie hebben verdiend.

Openingstijden: Maandag t/m zaterdag: 08:30 - 17:30 uur (niet op 1 jan en 25/26 dec)